Like ons op facebook
Volg ons op twitter
Volg ons op youtube
Volg ons op linkedin
 

"Maak van inclusiviteit geen kunstje"

Geplaatst op: 05-07-2021

“...daar prikken mensen doorheen”

Inclusiviteit: je hoort het woord steeds vaker. Vaak wordt het gebruikt om aan te geven dat een organisatie er een ‘inclusieve’ gedachtegang op nahoudt, waarbij voor alles en iedereen een plekje is. Wat maakt een organisatie nu écht inclusief? We stellen de vraag aan bestuursvoorzitter Roger Ruijters van zorginstelling Envida, aanbieder van intramurale zorg en thuiszorg aan cliënten. Roger was altijd al gericht op mensen die hulp kunnen gebruiken. “Dat was al toen ik als achttienjarige de verpleging inging”, zegt de zorgbaas. “Nu, 43 jaar later, is mijn DNA geen spat veranderd.”

Roger kiest voor inclusiviteit, deed dat al lang voordat het woord bon ton werd, en werd omarmd door het bedrijfsleven. Inclusief denken past bij de zorgsector, waar professionals van hulpvaardigheid hun beroep hebben gemaakt en hun diensten aanbieden aan doelgroepen die voor hulp bij hen aankloppen. Maar er is een andere ontwikkeling die inclusiviteit in de zorg stimuleert: de sterk veranderde zorgvraag.

Andere focus

In de zorg is er steeds meer aandacht voor kwaliteit van leven bij cliënten. Roger: “Enkele jaren geleden lag de focus vooral op adequate medische begeleiding en het binnenhalen van hoogopgeleid personeel zoals verzorgenden, verpleegkundigen en paramedici om die begeleiding mogelijk te maken. Dat is veranderd. De zorg richt zich nu ook op zogenaamde laagcomplexe zorgondersteuning. Die zorgt ervoor dat cliënten ook gewoon een zo fijn mogelijk leven kunnen leiden. Hier kunnen mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt goed bij helpen. Tegelijkertijd heb je ook competente professionals aan het bed.”

Laagcomplexe zorgondersteuning

Gemotiveerde mensen zijn bij Envida van harte welkom. Ze leren er cliënten ‘laagcomplex’ te ondersteunen. “Zij leren hoe ze het leven van onze cliënten kunnen veraangenamen met wat ik het meer professionele huis-, tuin- en keukenwerk noem”, verduidelijkt Roger. “Denk aan hulp bij eten en drinken, samen een spelletje doen, een boek voorlezen, een ommetje doen, een goed gesprek voeren, naar muziek luisteren of een tv-programma kijken. Het gaat dus om de dingen uit het dagelijkse leven, waarbij ze ook leren om aan te sluiten bij het dagritme bij ouderen. Het zijn vaak niet de moeilijkste taken, wat niet wegneemt dat ze professioneel moeten worden uitgevoerd, en dus ook door oefening eigen moeten worden gemaakt. Dat gebeurt onder toezicht van leermeesters.”

Iedereen is van betekenis

Envida ondersteunt 3.500 cliënten in Maastricht en het Heuvelland. MTB’ers helpen er momenteel in het groen, en meer samenwerking ligt in het verschiet. Ze denken er niet meer zozeer in termen van opleiding en ervaring. Roger: “Ik denk namelijk dat iedereen voor de samenleving van betekenis kan zijn, ongeacht geslacht, leeftijd of levensfase, voorkeur, achtergrond of afkomst. Heb je het hart op de goede plaats, heb je twee rechterhanden én bepaalde fatsoensnormen, dan ben je waardevol bij organisaties die werk maken van inclusiviteit. Wat dat betreft zijn er paralellen met MTB. Daar gaan ze ook uit van de kracht van de medewerker.” De samenwerking tussen beide is nu nog beperkt en de meeste werkzaamheden worden opgepikt door eigen medewerkers. Maar Roger ziet samenwerkingskansen. “Bijvoorbeeld bij hospitality: bijdragen aan restauratieve voorzieningen, aan gebouwonderhoud of meehelpen bij verhuizingen.”
 

Opleidingsniveaus

Envida leidt medewerkers op van niveau nul tot en met zes. “Op het laagste niveau leren wij onze medewerkers om hulp te bieden in de huishouding en gasten te begeleiden, terwijl je op het hoogste niveau op dat van verpleegkundig specialist zit. Wat niet wegneemt dat opleiding naar gelang het niveau natuurlijk meer gaat meetellen.” Inclusief werken behoudt medewerkers ook voor de organisatie. Er is immers taakdeling, doordat taken worden toegewezen aan medewerkers die hiervoor het juiste opleidingsniveau hebben. “Het werk houdt dus uitdaging”, zegt Roger.

Melkertbaan

De term inclusiviteit is in opkomst, maar het concept is dat niet. Roger kwam het halverwege de jaren 90 al tegen, toen inclusief werkgeverschap nog was voorbehouden aan werkgevers die melkertbanen aanboden, naar de toenmalige minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Ad Melkert, om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt via gesubsidieerde arbeid werkervaring te laten opdoen. “Ik was toen verpleeghuisdirecteur”, herinnert Roger zich. “De melkertbaan was toen nog niet zo sexy als het inclusieve werken nu. De meesten van mijn collega-bestuurders boden een of twee melkertbanen, ik had er 25 en zag overal mogelijkheden: in de beveiliging, bij de receptie, bij de linnendienst, in de keuken of bij de gastenservice. Van die 25 kregen de meesten ook nog eens een vaste baan.”

Niet inzetten op rangen en standen

Je ziet ze steeds vaker: organisaties die om allerlei redenen ‘inclusief’ worden. De redenen zijn niet altijd legitiem, signaleert de bestuurder. “Inclusiviteit is een begrip met wervingskracht, dat het goed doet in jaarverslagen en power points. Maar een lege huls heeft visie nodig. Inclusiviteit moet op een authentieke manier gebeuren. Maak je er een kunstje van omdat iedereen het doet, dan prikken mensen erdoorheen. Practice what you preach, hoor je wel eens. Het is de waarheid. Medewerkers sturen mij regelmatig mailtjes met allerlei vragen van praktische aard, waarmee ze eigenlijk beter naar hun leidinggevende kunnen gaan. Soms weet ik het antwoord op hun vraag niet, een zorgbestuurder is ook maar mens, maar ik stuur hun vragen wel door naar de persoon die het kan weten. Zij weten dat Roger Ruijters er altijd voor hen is. Ik denk dat dat kenmerkend moet zijn voor een inclusieve organisatie: samenwerken zonder in te zetten op rangen en standen.”

Verantwoordelijkheid nemen

“Of ik inclusief denken en werken kan aanbevelen? Zeker, maar er is geen keuze”, erkent Roger. “Het moet passen bij de cultuur van het bedrijf en zijn medewerkers. Ik ben van nature zeer gericht op mensen die hulp nodig hebben. Dat draag ik uit naar medewerkers. Bij mij zit inclusiviteit verknoopt met mijn DNA, terwijl andere bestuurders het weer moeten hebben van andere kwaliteiten. Dat is niet anders: je brein is immers je belangrijkste werktuig. Wel denk ik dat iedereen die in staat is om zijn verantwoordelijkheid jegens de maatschappij te laten spreken, dat ook echt moet doen. Inclusiviteit moet passen bij de bedrijfscultuur, omdat het een integraal onderdeel is van het bedrijf. Maar ook maatschappelijk verantwoord ondernemen of streven naar inclusiviteit of diversiteit zijn mooie stappen waarmee je veel verschil maakt.”